1

Teun bevriest zijn zoveelste rusteloze rondje door de stijlvolle huiskamer van boezemvriend Willem en verplettert met zijn vuist de herinnering aan de crematie tegen een muur. 'Ik haat ze! Ik haat ze allemaal die glibberige kwallen. Zoals ze daar stonden, oh zo zelfgenoegzaam, oh zo keurig in hun zwarte kousen, zwarte jassen, zwarte paraplus, zwarte hoeden.' Zijn hoofd zoekt steun tegen de wand. 'Ze veroordeelden me, die opgeblazen huichelaars. Ze vonnisten me, die hypocrieten met hun lege gezichten, veilig verscholen achter hun kragen en handen maar ik hoorde ze wel.' Teun draait zijn rug tegen de muur, tuit zijn mond in een zuinige spleet en imiteert hen met geknepen stem: 'Zie je die man daar? Wie? Nou die lange vent daar met z'n lange donkere  jas en die lange donkere krullen. Hij is nog zo jong. Nou én? Toch heeft híj dat arme kind dood gereden. Nog maar drie jaar was dat stakkertje. Ja, verschrikkelijk. Zeg dat wel, die jeugd ook tegenwoordig. Ze worden steeds onverantwoordelijker.' Teun knijpt zijn ogen dicht. 'En wat kon ik anders doen dan stil op de achtergrond maar alles over me heen laten komen? Ik was het, IK en niet zij die het kind…dat

    jongetje… ' Hij schudt zijn hoofd en gooit in een beweging de borrel naar achteren die Willem hem als doorgewinterde gastheer in de hand duwt.  Hij zakt weg in een monumentale fauteuil, kijkt zijn vriend even aan en doet er daarna het zwijgen toe.

*

Want wat was er nog te zeggen? Het kind had geen schuld. Hij ook niet. Zelfs de ouders, de politie en de rechter wisten dat hij niets had kunnen doen. Hij had niet te hard gereden, niet gedronken, genoeg afstand gehouden en onmiddellijk geremd.
Een gril van het noodlot, dat was het, maar dat volk op de crematie had hem veroordeeld, onvoorwaardelijk. Zelfs zij die wel in zijn onschuld geloofden, hadden onderhuidse reserves 'We weten dat je er niets aan kon doen Teun. Maar had je het écht niet zien aankomen jongen? Dat zitje moet toch al los gezeten hebben? Dat moet je toch gezien hebben?'
Nee! Hij had het niet gezien verdomme, hij had het ook niet zien aankomen. Het enige wat hij in de dichte regenmist had gezien was die voorover gebogen moeder met dat kind in een zitje achter op de fiets.

 
vorige pagina 1     2 volgende pagina

home